De Halve marathon van Hengelo, editie 2010, ligt weer achter ons. Ik zie de krantenkoppen maandag al weer voor me.: ”Halve marathon van Hengelo weer een groot succes” of “Winnaars Hengelo lopen scherpe tijd”. Mijn naam zal daar niet bij staan. Ik doe niet eens mee aan de halve marathon en ben al blij als ik de 15 km naar een goed einde breng. En ook díe loop ik niet binnen het uur. Nee, ik strijd mijn strijd met een grote groep andere recreatieve lopers achter in het deelnemersveld.
Als ik het stadion binnenloop, heerst daar al een gezellige drukte. De blaaskapel heeft mij nog maar net welkom geheten als de kids worden weggeschoten voor hun loop. Onder luid applaus wordt de jeugd het stadion uitgestuurd. Even later zijn de eersten weer terug en zie ik Harald W. zijn dochter als een van de eersten naar de finish schreeuwen. Zij wel…….
Na de warming-up met de bekende rek- en strekoefeningen sluit ik bijna als laatste aan in de rij voor de start. Ik heb de startlijn nog niet eens gepasseerd als de eerste lopers hun rondje in het stadion erop hebben zitten het stadion al verlaten. De eerste kilometer kom ik goed door. Dat schept vertrouwen voor de 14 kilometers die nog volgen.
De eerste mentale klap krijg ik net ná het punt waar de 10-kilomer-lopers zich hebben afgescheiden van de rest. Kort vóór dat punt heb ik nog achterom gekeken om te kijken wat er allemaal achter mij liep. De grote groep die ik daarbij zag, gaf mij een goed gevoel. Helaas liepen veel van deze lopers de 10 km en was ik toch écht een van de láátste 15-kilometer-lopers. Ik loop verder mijn eigen race en blijf in mijn eigen tempo de weg vervolgen.
Bij het keerpunt laat ik de eerste halve-marathonners nog even voor gaan om vervolgens in hun kielzog de terugweg te beginnen. Voor mijn gevoel loop ik lekker. Mijn horloge geeft ook aan dat ik redelijk op schema loop en dat een persoonlijk record er wel inzit. Langzaam gaan mijn benen zeer doen en ik krijg een tweede tik als een dame waarmee ik de eerste kilometers heb gelopen, mij voorbij snelt. ‘Die paardenstaat moet ik toch kunnen bijhouden’ mopper ik tegen mijzelf ……….. Helaas moet ik haar laten gaan.
Voorafgaand aan de loop, heb ik het parcours nog bestudeerd. Hier linksaf, dan rechtsaf over de brug , nog een keer links en dan in een streep terug naar het stadion. De laatste kilometers zijn aangebroken. Ik weet niet hoe het voelt als je als eerste loper over de brug komt. Misschien is het wel een genot om de brug in beweging te zetten. Maar als ik na de klim over een ‘dansende’ brug moet lopen, vind ik dat niet prettig.
Ik hoor de speaker in het stadion al als de latere winnares van de halve marathon mij voorbij komt. Zij loopt ruim 6 km meer dan ik, en dat in een snellere tijd!. Haar naam staat natuurlijk maandag weer in de krant. Het is haar uiteraard gegund. Ook zij zal er hard voor trainen. De prestatie die al die recreanten leveren gaat in anonimiteit voorbij. Zo hoort dat ook, maar dat maakt hun prestatie er zeker niet minder om.
De laatste kilometer kan ik zelfs nog iets versnellen. Ik ruik de finish en heb alleen nog maar oog voor die mat, die voor de laatste keer mijn chip registreert. Op het laatste rechte stuk voor de finish staat mijn vrouw mij aan te sporen tot een allerlaatste eindsprint. Ik heb haar niet gezien of gehoord. Ik leef op dat moment alleen in mijn eigen wereldje en ben blij dat ik de finish heb bereikt. Wat smaakt dan dat water en het stukje banaan lekker ...…
Met 1:26 uur en een beetje heb ik een goede race gelopen. Met een persoonlijk record is ook voor mij deze dag weer geslaagd. Vorig jaar zou ik 333-ste geworden zijn en zou ik nog ruim 80 mensen achter me gelaten hebben. Welke plaats ik nu inneem op de ranglijst is op het moment dat ik dit stukje schrijf nog niet bekend. Het zal vast geen toptijd zijn.



ingrid prigge zei:
18 april 2010, 15:03 uur